<  terug naar Zilver

Begrippenlijst

Ajour

Ajour is een andere benaming voor sierlijk opengewerkt zilver. Toegepast in strooilepels, theezeefjes, stelen van thee- of suikerlepeltjes etc. De techniek gebeurt aan de hand van boren, vijlen of zagen van het zilverwerk.

silver-bar

Alpacca

bevat geen zilver. Het bestaat uit een legering van koper, nikkel en zink. Het wordt het veel gebruikt als basismateriaal van verzilverde voorwerpen en bestek. Het heeft als nadeel dat het snel aanslaat waardoor het veel gepoetst moet worden.

Andere namen die gebruikt worden voor alpacca nikkellegering zijn:

  • hotelzilver (= zwaar verzilverd)
  • nikkelzilver
  • armeluiszilver
  • armeluiszilver
  • Berlijns zilver
  • Maillechort
  • Argentaan
  • gerozilver
  • nieuwzilver
  • metal blanc

Angel

Lange pin, die aan één stuk vastzit aan het lemmet van een mes. Met de angel wordt het lemmet vastgezet in het heft. Hiervoor gebruikte men hars, lak, kit of lood.

Belasting

Al eeuwenlang wordt er belasting geheven op goud- en zilverwerken. In 1797 werd het waarborgen en belasten van goud en zilver genationaliseerd. In 1853 werd de waarborgwet vervangen door een Nederlandse wet. Als gevolg van het Benelux-verdrag werd de waarborg-belasting in 1953 afgeschaft.

Er zijn diverse belastingtekens in omloop. De tekens zijn geen keuren en geven dus niet het gehalte van het zilver aan. De belastingtekens geven aan dat er voor het voorwerp belasting is betaald. Er zijn vier soorten tekens:

  • de lossingstekens,
  • de tekens voor voorwerpen met een te laag zilvergehalte,
  • merken voor oude voorwerpen en
  • invoertekens.

Aan de hand van deze tekens zijn de gekeurde voorwerpen enigszins te dateren. Voor nieuwe of gebruikte Nederlandse uitgevoerde voorwerpen werd teruggaaf verleend als aan alle exportformaliteiten werd voldaan. In het geval van teruggaaf werd een sleutel aan het gehalteteken geslagen.

Volledig gekeurde Hollandse stukken zijn voorzien van een Minervahoofd waar in de pet een letter staat verwerkt. Aan de hand van deze letter kan het bijbehorende keurkantoor worden gevonden. Omdat vast stond welke keurmeester in welk jaar in dienst was, kon men fraude gemakkelijk opsporen. Vanaf 1814 waren er in Nederland 18 keur-kantoren. Op alfabetische volgorde zijn dit

A = Amsterdam, B = Utrecht, C = ’s-Gravenhage,
D = Rotterdam, E = Groningen, F = Leeuwarden,
G = Zwolle, H = Arnhem, I = Breda, J = Joure,
K = ’s-Hertogenbosch, L = Middelburg, M = Schoonhoven,
N = Maastricht, O = Roermond, P = Alkmaar,
Q = Roosendaal en R = Gouda.

Vanaf 1987 werd de Waarborg geprivatiseerd en bleef er slechts één keurkantoor over. Dit kantoor in Gouda keurt volgens de Nederlandse wet onder de naam WaarborgHolland.

Bruineerstaal

Gehard stalen gereedschap, om zilver te bruineren.

Bruineren

Zeer effectieve manier van polijsten: Zilveren voorwerpen zijn vervaardigd uit een legering. Veelal een 1e, 2e of 3e gehalte zilverlegering (zie legering). Naast zilver bevat het voorwerp een zeer kleine hoeveelheid koper. Dit koper zorgt ervoor dat het zilver sneller oxideert en zwart wordt als het wordt blootgesteld aan de lucht. Om de koperdeeltjes aan het oppervlakte van het voorwerp uit de legering te verwijderen, past men de techniek ‘bruineren’ toe. Tevens worden hierdoor krasjes verwijderd, gaat het voorwerp glanzen en blijft langer mooi. Voor deze techniek, die niet iedereen zomaar kan beoefenen, wordt zilver allereerst gegloeid boven een vlam. Hierna wordt het witgekookt in een zuur. Daarna word het voorwerp opgewreven met een bruineerstaal en zeep. Na een aantal keren dit proces te hebben herhaald, blijft er een dun laagje puur zilver op het voorwerp achter.

Conventiekeur

Keurteken wat gebruikt wordt ter controle van de zilverkeuring. Bezit een voorwerp dit teken en wordt het ingevoerd in een van de landen aangesloten bij de conventie van Wenen, dan hoeft dit voorwerp niet herkeurd te worden.

Djokjazilver

Zilveren voorwerpen van het Indonesische eiland Java, waarbij deze voorwerpen van oudsher werden vervaardigd in de stad Jogjakarta. De voorwerpen zijn versierd met bloemen (lotusbloemen), bladeren, ranken en andere versiersels. In voorwerpen van Djokjazilver wordt het gehalte in cijfers ingeslagen, bijvoorbeeld 800 of 925, soms vergezeld met een meesterteken. Door de slechte controle die er op het zilverkeuren rust in Indonesië, namen zilversmeden het niet zo nauw met het legeren en voegden soms iets meer koper aan de legering toe dan is toegestaan.

Doublé

Onedelmetaal dat met goud geplateerd is. Tegenwoordig wordt elektrolytische vergulding ook doublé genoemd.

Drijven

Een zilversmid gebruikt een hamer met drevel en ponsen om grote stukken als schalen en potten te drijven. Bij deze techniek wordt door middel van kloppen en hameren een voorwerp in de juiste vorm gebracht. Bij Djokjazilver wordt deze techniek veelal toegepast.

Edelstaal

Edelstaal is een roestvast staal (ook wel roestvrij, inox of rvs) veel toegepast in bestek. Op bestek komt men vaak het merkteken 18/10 tegen, dit wil zeggen dat er in dit edelstaal een minimum van 18% chroom en 10% nikkel moet zitten. Deze relatief dure metalen zorgen voor een mooi uitziend metaal wat voor een zeer duurzaam bestek zorgt. Tevens zorgt chroom voor een onzichtbare oxidelaag.

Engels rood

Engels rood is een polijstpasta voor het hooglans polijsten van zilver.

Essaai

Is het keuren van zilver om hiermee het gehalte te bepalen.

Filetrand

Filetranden worden in diverse bestekmodellen aangebracht te versiering. Het zijn eigenlijk groeven die evenwijdig met elkaar lopen. Er bestaan enkele filetranden maar ook dubbelen. Enkele bekende voorbeelden zijn: Puntfilet, rondfilet en dubbelrondfilet.

Filigrain

Voorwerpen gemaakt van dun, in elkaar overlopend en sierlijk bewerkt zilverdraad. Voorwerpen van filigraan zijn vaak zeer kwetsbaar. Filigraan wordt echter ook als versiering aangebracht op stevigere vlakken.

Gehalte

Om zilver harder en bruikbaar te maken voor voorwerpen als bestek is een legering nodig. Het zilver wordt vermengd met koper. Zilver mag pas zilver heten als het minimaal 800 gram puur zilver op 200 gram koper bevat. De mate van zilver wordt gehalte genoemd. In Nederland kennen we drie soorten:

  • 1e gehalte (925 gram zilver op 75 gram koper),
  • 2e gehalte (835 gram zilver op 165 gram koper) en
  • 3e gehalte zilver (800 gram zilver op 200 gram koper).
    Ieder gehalte zijn voor- en nadelen:
  • 1e gehalte verkleurt het minst snel en heeft een mooie warme gloed. Nadeel is dat het sneller slijt.
  • 2e gehalte wordt het meest in Nederland gebruikt. Gemiddelde slijtage en verkleuring.
  • 3e gehalte is het meest slijtvast. Nadeel is dat het (door het hoge kopergehalte) sneller verkleurd.

Gehalteteken

In Nederland zijn er diverse tekens die het gehalte aangeven. Naast de drie soorten leeuwen kent Nederland sinds 1814 ook een zwaardje wat een 2e gehalte zilver waarborgt. Vanaf 1953 is dit zwaardje er ook voor 1e gehalte zilver. In het zwaardje zelf is nu 835 (2e gehalte) of 925 (1e gehalte) zichtbaar.

Granuleren

Patroon gemaakt van kleine bolletjes zilver die met een soldeersel en verhitting op het voorwerp worden gehecht.

Gromalca

Naast dit Gero-zilver bestonden ook gromalca producten. Men verzilverde het alpacca niet maar voorzag het van een laagje chroom. Na de Tweede Wereldoorlog werd de naam Gero-zilver vervangen door Gero zilvium (1952), met een hoger verzilvergehalte namelijk 100 in plaats van 90.

Guirlande

Slinger gemaakt van bladeren, fruit of bloemen waarbij de uiteinde omhoog worden gehouden. Guirlandes komen we veel tegen op 19e eeuws zilver en vooral op bakjes, zoutpotjes, mosterdpotjes en andere tafelstukken.

Haags Lofje

Het lofje is de verdikking aan de achterzijde van het bestek, daar waar de bak van de lepel of de spiegel van de vork, overgaat in de steel. Deze verdikking heeft diverse vormen waarbij het Haags Lofje de bekendste is. Het Haags lof heeft een ronde verdikking die druppelvormig uitloopt. Het is een vergissing dat het lofje aan de onderkant van de steel zit en dat de verdikking aan de onderkant van de steel, het Haags Lofje is. Dit is zo doorgevoerd dat zelfs bestekfabrikanten bestekmodellen ‘Haags Lofje’ meegeven met enkel en alleen een verdikking onderaan de steel en zelfs zonder verdikking aan de steel.

Naast het Haags lof zijn er nog andere vormen van het lof (rattail in het Engels): Amsterdams lof, dubbel Amsterdams lof, Rotterdams lof, Utrechts lof en Hooglof. Daarnaast zijn er nog geornamenteerde lofjes als Kraallof, Hartenlof, Staartlof, Bollof en Gotisch lof.

Haags Lofje wordt gezien als ‘een bestekontwerp’, dit is niet correct.De oorsprong van het lofje is waarschijnlijk de rattail, de rattenstaart. De steel van bijvoorbeeld een lepel, werd apart gesmeden van de bak. Om een goede hechting te krijgen had de bovenkant van de steel een lange, spitse punt, waarmee de bak aan de steel werd bevestigd.

Dit bestekmodel stond bekend als ‘1 vK’ (van Kempen). Sinds het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt dit model Haags Lofje genoemd.

Hallmarks

Engelse benaming voor merktekens in het zilver.

Hamerslag

Toegepaste techniek waarbij door hameren van het voorwerp deukjes ontstaan. Doordat de deukjes willekeurig tegen elkaar aan liggen, ontstaat er een decoratief effect.

Hotelzilver

Om de restaurants en hotels toch een chique uitstraling te geven, is hotelzilver op de markt gebracht. Het is een verzamelnaam van alle voorwerpen, bestek, schalen, sauskommen e.d. die het uiterlijk van zilver hebben, maar geen zilver bevatten.

Jaarletters

Bij de keuring van zilver wordt het voorzien van een jaarletter. Deze verandert ieder jaar en loopt mee met het alfabet. Na een heel alfabet wordt weer begonnen bij de A in een ander lettertype. Op deze manier kan zilver op leeftijd worden gedateerd. De jaarletter geeft aan wie de keurmeester in dat jaar was. Jaarletters zijn te vinden in diverse naslagwerken, ze staan gerangschikt op lettertype.

Koningswater

Een vloeistof die bestaat uit zoutzuur en salpeterzuur. Het wordt gebruikt om zilver te testen op echtheid. Het wordt zo genoemd omdat de koning van de metalen - het goud - hierin oplost.

Krop

Dit is het gedeelte tussen het lemmet en heft bij een mes of ander bestekdeel met los heft. Het plaatje sluit het heft hiermee af.

Kwikzilver

Is geen zilver, maar een ander naam voor kwik. Kwik heeft wel dezelfde witte gloed als zilver waardoor het de naam kwikzilver heeft gekregen.

Lakken (zaponeren)

Er bestaan transparante vloeistoffen waarmee zilveren voorwerpen kunnen worden afgedekt, ingesmeerd of ingespoten. Dit beschermt het zilver tegen oxidatie en het zilver hoeft minder vaak gepoetst te worden. Meer hierover is te vinden op de volgende site: goo.gl/n6Q4Zr

Meesterteken

Om een deel van het keursysteem te waarborgen moet de zilversmid al sinds de 14e eeuw zijn of haar meesterteken in het te keuren voorwerp slaan. Om als zilversmid vroeger tot het gilde te behoren moest men proeven ondergaan en een meesterstuk vervaardigen. De zilversmid werd dan gezien als meester die bekwaam was in zijn vak.

Door het meesterteken kan de zilversmid bij het voorwerp worden gevonden. Iedere zilversmid heeft zijn eigen meesterteken. Meestertekens worden sinds 1814 verzameld in de zogenaamde meestertekenboeken.

Nationale zilverdag

De nationale zilverdag word traditioneel gehouden op de Tweede Pinksterdag in de zilverstad Schoonhoven. Voor meer informatie: www.zilverdag.nl

Parelrand

Een parelrand is een rand van kleine zilveren bolletjes.

Patina

Patina is de oxidatielaag of zwarte laag op het zilver. Voor de patina is silversulfide - een verbinding uit zwavel en zilver - verantwoordelijk. Deze zilversulfide ontstaat door het contact met lucht en levensmiddelen die zwavel bevatten, zoals bijvoorbeeld eieren.

Pleet

Wordt ook wel Plated of Pleet genoemd, naar het Engelse Silver plated. Bij deze bestekken wordt er op een roestvrijstalen of alpaca ondergrond een dunne laag zilver aangebracht. Op roestvrijstalen ondergrond is de aanhechting van het zilver soms wat minder sterk, wat tot afbladderen zou kunnen leiden.

Polijsten

Om zilver de mooie warme glans te geven, moet het worden gepolijst. Eigenlijk bepaal je hiermee de lichtval (polarisatie) waardoor het zilver mooi glanst.

Pseudomerk

Een nepmerk wat moet doen vermoeden dat het voorwerp ouder lijkt dan het daadwerkelijk is, of gekeurd zilver moet lijken terwijl het geen of weinig zilver bevat. De pseudokeuren komen veel voor in de 19e eeuw, waarbij men gebruik maakte van 18e eeuwse merken. Het komt ook voor dat oude merken gehaald werden uit minder waardevolle voorwerpen en geplaatst in nieuwere voorwerpen van latere datum om het dit voorwerp ouder te laten lijken.

Sloopzilver

Bij het inleveren van zilver wordt rekening gehouden met het gehalte en de dagprijs.

Stijlappel

Een rond bolletje op een steel van kleine lepels en vorken wordt de stijlappel genoemd. Van oudsher was dit een eikel.

Torderen

Het bestaat uit één enkele of een dubbele draad die zo gedraaid is dat er een spiraalvorm ontstaat. Deze spiraalvorm wordt veel toegepast bij theelepeltjes, suikerschepjes en ander klein schepwerk. Voor zwaarder bestek werden dubbele draden gebruikt.

Trembleersteek

De keurmeester nam om het zilver te keuren een monster door een krul zilver van het voorwerp af te steken. De krul werd gemaakt door met een vlaksteker een zigzaggende beweging te maken. De proef is een beschadiging maar wordt tegenwoordig niet als storend gezien. Het hoort bij oud zilver.

Trommelen

Trommelen of trommelpolijsten is een polijsttechniek. De zilveren voorwerpen worden in een hoekige ton gelegd, samen met rvs kogeltjes, stiften en satellieten van diverse formaten. Door dit enkele uren te laten draaien met een speciale zeep en water, trommelen de kogeltjes de minuscuul kleine krasjes op het zilver dicht, waardoor er een glad oppervak ontstaat.

Verzilveren

Verzilveren is het bedekken van een voorwerp met een dunne laag zilver. Vaak wordt koper gebruikt in sommige gevallen ijzer of nikkel, voor het verzilveren.

Vulmiddel

Zilveren voorwerpen worden verzwaard met een vulmiddel met een puur praktische functie. Mesheften zijn vaak gevuld met een middel om de angel er in vast te zetten en het mes ligt beter in de hand. Kandelaars worden voorzien van vulmiddel om de voet te verzwaren.

Zilmeta

Begin van de 20e eeuw introduceerde Gero het goedkopere roestvrijstalen Gerozilver (een legering van nikkel, chroom en staal die tot op de dag van vandaag nog actueel is en als algemeen aanvaarde kwaliteitsnorm geldt onder andere onder de naam Zilmeta), een door en door vlekvrij metaal, dat de mogelijkheden voor metaalwaren voor betaalbaar huishoudelijk gebruik vergrootte. In de loop der jaren werd het Gero-assortiment uitgebreid met de kwaliteitsnorm Zilduro (zilverwit metaal, dat verkregen werd door toevoeging van meer nikkel).

Alpacca/Zilmeta/Sola-zilver: behoeft nooit gepoetst | vlekt niet | geen bijsmaak | twintig jaar schriftelijk garantie.

In 1930 introduceerde hij roestvast of roestvrij staal, ook rvs of inox genoemd, in Nederland (Sola-Massive).

Zilvium

Gero heeft een tijd lang verzilverde producten verkocht onder de naam Gerozilver. Buiten het dunne laagje, had het niets met zilver te maken en de regering heeft op een zeker moment de naam als misleidend bestempeld. Met de komst van de nieuwe waarborgwet in 1952 mocht Gero de naam niet meer gebruiken. Sinds die tijd hebben de artikelen het predicaat Zilvium hebben gekregen.