Medewerkers gedurende 25 jaar

Het jubileumbord van Sola

R.P.M. Rhoen

Op de zilverfabriek van de N.V. Nederlandsche Fabriek van Gouden en Zilveren Werken voorheen J.A.A. Gerritsen aan de Karpervijver bestond sinds 1932 de traditie om bij een dienstjubileum van 25 jaar een bronzen naamplaatje aan te brengen en het bij een 50-jarig jubileum te vervangen door een gouden naamplaatje. Dit gebruik om een trouw personeelslid bij een jubileum te eren werd door Sola overgenomen - er bestond een familierelatie tussen de directies van beide bedrijven - en nog steeds wordt dit gedaan.

1922-1947

Onder de kop ‘Nieuwe Fabriek van Nieuw Zilveren Werken’ verscheen in De Zeister Courant van 17 juni 1922 het bericht: ‘Wij vernemen, dat door den heer M.J. Gerritsen, oud-directeur der gero-fabriek is aangekocht het fabrieksgebouw “ORNO”. In dit fabrieksgebouw zal worden gevestigd een fabriek van nieuw zilveren werken.’ Het bedoelde fabrieksgebouw stond aan de Van Reenenweg in Zeist. Voor de tweede keer in zijn leven ‘creëerde’ - zoals het Zeister Nieuwsblad dat in 1947 noemde - Marius Gerritsen (1882-1954) een metaalwarenfabriek. Als oprichtingsdatum wordt 30 augustus 1922 aangehouden. Vier jaar later richtte Marius de naamloze vennootschap Nederlandsche Metaalwarenfabriek M.J. Gerritsen op en in 1927 introduceerde hij Sola als merknaam en als fabrieksnaam.

De firma H.Chr. Stroeken & Zonen in Tegelen zag graag dat Sola bij gelegenheid van het 25-jarig jubileum in 1947 het predicaat ‘Koninklijke’ zou ontvangen. De burgemeester van Zeist gaf als antwoord op die aanvraag: ‘nieuwe prædicaten, als door U bedoeld, eerst weder verleend zullen worden, nadat de zuivering der bestaande zal zijn geëindigd. Hiermede zullen vermoedelijk nog enige maanden gemoeid zijn (…).’ Bij die aanvraag is het gebleven.

Marius trad in 1948 af als directeur. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Albertus (roepnaam Bert) Gerritsen (1921-1999). Tijdens zijn directeurschap werden fabrieken in Gramsbergen (1954) en Ter Apel (1955) geopend. Hij op zijn beurt werd in 1983 opgevolgd door Albertus (roepnaam Bert) Gerritsen jr. (1954).

Nieuwbouw licht en fris

De Sola-fabriek was in de loop van 25 jaar uitgegroeid tot een omvangrijk complex. In de zomer van 1947 startte een verbouwing die ruim twee jaar zou duren. Het was een gigantische klus voor architect J.J. van Leeuwen en aannemer G. van Ginkel; beiden uit Zeist. Een betrekkelijk oud gebouwencomplex moest omgevormd worden tot een moderne fabrieksruimte, de productie moest ondertussen doorgaan en van het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting mochten niet teveel bouwvakkers worden aangetrokken.

Eerst werd een nieuw gebouw om het bestaande opgetrokken en vervolgens werd het oude afgebroken. Zo kwam telkens een bepaalde afdeling gereed, waarin dan machines werden geplaatst en het werk kon worden voortgezet. Om het gemis aan voldoende bouwvakkers op te vangen, werden de bouwwerkzaamheden voor een groot deel door het personeel van de slijperij uitgevoerd. Het meest markante aan de nieuwbouw is de representatieve voorgevel uitgevoerd in een sobere zakelijke stijl, die nog steeds modern oogt. Bij de officiële opening op 8 september 1949 merkte de directeur op dat het vreemd aanvoelde een bedrijf te openen of te heropenen zonder dat het gesloten was geweest.

Sola, een hechte familie

Op zaterdag 30 augustus 1947 vierde Sola groot feest. Het bedrijf bestond 25 jaar. ’s Middags was er een receptie in het fabrieksgebouw aan de Van Reenenweg en ’s avonds was er in Boschlust een feestavond voor het personeel en genodigden. Samen met Marius werden op die feestavond de heren Th. van Elk, M. Nienhuis, H. van Renen, C. de Rooij en Fr. Veth gehuldigd. Zij allen waren 25 jaar aan het bedrijf verbonden. Dat vijftal was Marius bij zijn vertrek bij Gero in 1922 gevolgd. Een feit dat hij de eerste jaren graag in advertenties vermeldde.

In het boekje ‘25 jaar Sola fabriek’ wordt nog een zestiental namen met ere genoemd. Zij werkten in 1947 twintig jaar of langer - maar nog geen 25 jaar - bij de Sola. Dat waren de heren R. van Beek, J. van den Berg, G.J. van Doleweerd, D. van Ee, G. van Ingen, A.G. Kesler, J.J.H. Knipschild, A.C. van Koetsveld, J. Lagerweij, J. van Lunzen, A.G. van Nimwegen, N.S. van der Ree, A.J. Verdonk, W. Vink, M.J. van der Wel en D. de Wit. ‘Zij allen maakten de moeilijke beginjaren mede, daarna de periode van snelle groei, toen de moordende concurrentiestrijd op leven en dood, waarin de bezielende leiding en het persoonlijk voorbeeld van onzen Directeur steeds weer tot doorzetten en volhouden aanspoorden’, staat er in het jubileumboekje.

Monumentale jubileumgeschenken

De ommuurde tuin voor het fabrieksgebouw (circa 53 meter breed en 11 meter diep) werd in 1949 door de bekende Zeister tuinarchitect C. Smitskamp (1876-1958) aangelegd. De twee vijvers in de tuin zijn gedempt en veranderd in perken.

In het rechtergedeelte van de tuin staat een monumentale bakstenen bank, waarvan de zitting tegenwoordig ontbreekt. Deze bank was het jubileumgeschenk van het personeel in 1947. In de achterwand is een steen ingemetseld waarop staat: DOOR HET PERSONEEL | AANGEBODEN AAN DEN DIRECTEUR | M.J. GERRITSEN | TER GELEGENHEID VAN HET 25 JARIG BESTAAN | VAN DE | SOLA-FABRIEK | 1922 - 30 augustus - 1947.

Bij binnenkomst in de hal ziet men in het trappenhuis een glas-in-loodraam van de bekende kunstschilder en glazenier Charles Eyck (1897-1983) voorstellende de heilige Eligius - ook wel Sint Eloy genoemd -, patroon van de smeden. Het fraaie raam is een cadeau dat in 1947 bij het jubileum werd aangeboden, maar toen nog vervaardigd moest worden. Mogelijk werd het raam aangeboden door de afdeling Zeist van de r.-k. metaalbewerkersbond St. Eloy (opgericht 1912). Voorzitter was H.J. de Goede (1907-1991), raadslid (1949-1974) en wethouder (1962-1974) voor de k.v.p. in Zeist. De katholieke personeelsleden waren lid van deze vakbond. Het katholiek gehalte was hoog bij de Sola. De r.-k. harmonie St. Caecilia (opgericht 1921) bracht de directie bij haar jubileum een aubade. Veel leden van deze muziekvereniging werkten bij de Sola. In het raam heeft de kunstenaar de jaartallen 1922 (links) en 1947 (rechts) vermeld.

De eregalerij

De rechterkant van de hal is ingericht als gedenkwand voor het personeel dat 25 jaar in dienst is. De hal werd tijdens de nieuwbouw als laatste voltooid. Het raam en het gedenkbord zullen er pas in 1949 een plaats hebben gekregen. Het bord wordt voor het eerst vermeld in een krantenartikel uit 1950: ‘Op het wit marmeren bord in de hall van het kantoorgebouw van de Solafabriek aan de Van Reenenweg zijn weer drie namen gebeiteld van de medewerkers, die gedurende vijfentwintig jaren hun werkkracht aan het bedrijf hebben gegeven.’ Het waren de heren R. van Beek, M.J. van der Wel en D. de Wit.

Het oorspronkelijke gedenkbord bestaat uit drie onderdelen: in het midden boven een bronzen plaquette, aan weerszijden daarvan een brede bronzen lijst en daaronder vijf wit marmeren platen. Dit alles gevat in een smalle bronzen lijst. De grootte van het gedenkbord is 200 cm x 115 cm (b x h) en 125 cm (h) ter breedte van de plaquette (b = 51 cm).

De bronzen plaquette is niet voor het gedenkbord gemaakt. Ze is een geschenk van het personeel aan Marius bij zijn 30-jarig jubileum als zelfstandig ondernemer in 1940. Het gedenkbord is om de plaquette heen geformeerd. Zij toont het borstbeeld van Marius Johannes Gerritsen (1882-1954) naar links gewend en daaronder de tekst: M.J. GERRITSEN | OPRICHTER GERO EN SOLA-FABRIEK | 1910 - 23 FEBR. - 1940 | AANGEBODEN DOOR PERSONEEL SOLA-FABRIEK, is groot 51 cm x 65 cm (b x h). De plaquette is een ontwerp van de beeldhouwer J.Chr. Schultsz (1887-1945). Zij is linksonder gesigneerd: H.W. STÖXEN & ZOON - LEIDEN. Dit bedrijf signeerde ook als: Rijnlandse Kunstgieterij H.W. Stöxen-Zoon.

De heer C.F. Watteler (bedrijfsleider) biedt namens het personeel de plaquette aan aan de jubilaris M.J. Gerritsen.

De twee brede bronzen lijsten met de tekst: TROUWE | MEDEWERKERS (LINKS) - GEDURENDE | 25 JAAR (rechts), meten elk 72 cm x 25 cm (b x h).

De marmeren plaat onder de plaquette is groot 51 cm x 59 cm (b x h) en de vier andere platen 36 cm x 90 cm (b x h).

In 1965 zijn drie panelen toegevoegd. Twee panelen links en één paneel rechts. Daarmee werd de symmetrie van het gedenkbord verstoord. Elk paneel meet 50 cm x 115 cm (b x h). Elk paneel bestaat uit twee wit marmeren platen, die verticaal naast elkaar zijn geplaatst en gevat in een smalle bronzen lijst.

In 1982 werd het gedenkbord aan de onderzijde uitgebreid met zeven panelen. Ook deze panelen bestaan elk uit twee wit marmeren, verticaal naast elkaar geplaatste marmeren platen. De afmetingen van deze panelen zijn 50 cm x 50 cm (b x h).

De jubilarissenlijst wordt nog steeds bijgehouden. In 2017 is de naam van mw. J.C.I. Scheld-van de Top toegevoegd. De lijst telt nu 255 namen.

De naam van Caspar (ook gevonden als Kaspar) Franz Watteler (Ehrenfeld, Pruissen/Duitsland 1888-?) staat niet op het gedenkbord. Hij kwam in 1910 naar Zeist om als graveur-stempelmaker te werken in de Eerste Nederlandsche Fabriek van nieuw Zilveren Werken aan de Bergweg, in dat jaar door Marius opgericht. Hij klom op tot bedrijfsleider. Hij was een van de Gero-medewerkers die Marius in 1922 volgde bij zijn vertrek uit dat bedrijf en samen met hem Sola opbouwde. Op 16 november 1940 vierde Watteler zijn 30-jarige samenwerking met Marius. Deze had een uitgebreide huldiging georganiseerd en noemde het in zijn toespraak een bijzondere herdenkingsdag. Op zijn beurt had Watteler op 23 februari dat jaar Marius de plaquette met zijn portret namens het personeel mogen aanbieden.
Op 12 januari 1946 verhuisde Watteler naar Den Haag. Tien jaar later woonde hij in Zwitserland. Hier ondersteunde hij met zijn kennis en ervaring van Sola in Zeist Frans Jan Gerritsen (1917-?), een zoon van Marius, die in 1948 in het Zwitserse Emmen/Luzern Sola Besteckfabrik AG had opgericht.

Zeister Nieuwsbode, 7 april 1955

De eerste keer dat Sola zilveren jubilarissen kon huldigen, werd dat met een personeelsfeest gevierd in Boschlust. De jaren erna - in ieder geval tot en met 1955 - had het feest plaats in de Stadsschouwburg van Utrecht. Met uitzondering van 1951. Toen werd het in Tivoli in Utrecht gevierd.

In 1947 werd nog gezegd dat de jubilarissen een stoffelijke blijk van waardering hadden gekregen. Bedoeld zal zijn een gouden horloge - met de gebruikelijke inscriptie -, zoals de latere jubilarissen ontvingen.

De jubilarissen waren in de beginjaren allemaal mannen. In 1949 werd mw. A. van Nimwegen-Dissel gehuldigd voor haar 12½-jarig jubileum. De directeur schonk aandacht aan haar koperen jubileum, zoals hij zei: ‘omdat het zo zelden voorkomt dat een meisje het 12½ jaar bij een baas uithoudt.’ De eerste vrouw die op het gedenkbord staat is W. van Kleef in 1953.