De Amsterdamse zilverfabriek Gerritsen

Door de lens van een onbekende fotograaf

R.P.M. Rhoen

In het in 2016 verschenen boek ‘Amsterdam 1900’ van Anneke van Veen laat de auteur aan de hand van oude foto’s zien hoe Amsterdam rond 1900 in een dynamische stad veranderde. De industrie en de havens groeiden. Bij de research voor dit boek werden foto’s gevonden van onbekende of intussen vergeten fotografen. Dat laatste hoeft niet te verbazen. Door de technische ontwikkelingen kwam de fotografie circa 1880 in een stroomversnelling en groeide het aantal fotografen. Meinard van Os schatte in zijn artikel ‘De photografie in Nederland’
(1891) het aantal amateurfotografen op 1500 en het aantal beroepsfotografen op 375. Hun aantal zal tot 1900 alleen maar zijn toegenomen.  Onder hen waren fotografen met ruime kunstzinnige interesse. Die fotografen zagen de fotografie als een nieuwe kunstvorm. Zij maakten foto’s geïnspireerd op schilderijen en tekeningen. Een van deze fotografen stelde zijn camera op op de binnenplaats aan de Passeerdersstraat.

Op de foto

In de fotocollectie van Stichting De Zilver-Kamer zitten vier foto’s van de Nederlandsche Fabriek van gouden en zilveren werken, voorheen J.A.A. Gerritsen, die sinds 1900 gevestigd was in het nieuwe fabriekscomplex Looiersgracht 41-43 - Eerste Passeerdersdwarsstraat 2 - Passeerdersstraat 36-44, waarvan de zilverfabriek de gebouwen Looiersgracht 41-43 en Passeerdersstraat 38 in gebruik had. De foto’s zijn genomen op de binnenplaats van het fabriekscomplex, die slechts toegankelijk was via een steeg tussen de panden Looiersgracht 43 en 45. Dit bedrijf groeide eveneens met de toename van de welvaart. Het personeel bestond uitsluitend uit mannen en jongens. Opvallend is het groot aantal (jonge) jongens.

Mogelijk zijn deze foto’s in 1904 genomen, toen bekend was dat het bedrijf vanuit Amsterdam naar Zeist zou worden overgeplaatst.

De vier sepia foto’s zijn van verschillend formaat:

  1. 125 (164) x 164 (217) mm (b x h); deze in duplo 122 (146) x 161 (181) mm (b x h) met beschadiging in rechter bovenhoek
  2. 171 (193) x 119 (143) mm
  3. 173 (217) x 121 (159) mm
  4. 164 (217) x 125 (162) mm

Het was een artistiek aangelegde fotograaf, die deze foto’s genomen heeft. Helaas is zijn naam niet bekend. Op een plaats die aan vier kanten omsloten wordt door drie en vier verdiepingen hoge gevels, is het niet eenvoudig te fotograferen in verband met de belichting. Het te fotograferen object - een gevel van een fabrieksgebouw - is saai. En toch is het hem gelukt.

Hij ‘speelt’ met de mogelijkheden die het gebouw hem biedt: de dubbele toegangsdeur. Hij zet die helemaal dicht of half open of helemaal open. Dit herhaalt hij bij de laaddeur op de eerste verdieping recht boven de toegangsdeur. Op foto nr. 1 is de toegangsdeur helemaal open en van de laaddeur op de verdieping is de rechtervleugel gesloten.

Bij foto nr. 2 heeft hij de linkervleugel van de toegangsdeur laten sluiten en beide vleugels van de laaddeur op de verdieping open laten zetten.
De wijze waarop hij de mensen op deze twee foto’s in de geopende deuren en de twee dakkapellen laat poseren - haast figureren - is heel losjes. En door een paar heren een fiets te laten vasthouden en een andere heer een opgevouwen krant (?), krijgt het beeld iets natuurlijks. Het lijkt alsof ze op het punt staan het pand te verlaten.

In de rechterbenedenhoek van foto nr. 2 is een ouderwetse slijpsteen met slinger en een kapotte slijpsteen die tegen de muur is geplaatst, te zien. En een gedeelte van een fiets. Aan de linkerkant staan een grote en een kleine emmer. Naast de deur staan aan beide kanten een zitbank. Deze aankleding van de binnenplaats maakt dat de foto niet steriel overkomt.

Op foto nr. 2 staat Jan Gerritsen (1841-1925), de oprichter van het bedrijf en gedelegeerd commissaris van de naamloze vennootschap, in de laaddeur. Met zijn handen op de rug.

De foto’s zijn niet hiërarchisch. Op foto nr. 3 staan de directie en het kantoorpersoneel - te herkennen aan donkere pakken, stropdas en bolhoed - samen met de werklui in werkkleding op de foto tegen een gesloten toegangsdeur. Op deze groepsfoto heeft de fotograaf hen aan de buitenkant van de groep geplaatst.

De groep bestaat uit 41 personen. De fotograaf heeft een frivoliteit uitgehaald door directeur Albert Gerritsen (1874-1946), de 42e man, door het raam naar buiten te laten kijken. Deze truc heeft hij ook uitgehaald op foto nr. 2. Het is dus geen toeval.

Geheel links op de foto met baard en pijp staat Jan Gerritsen. Zijn zoon Marius (1882-1954) staat onder ‘graveur’ op het naambord.

Op foto nr. 4 die gemaakt is voor de geopende toegangsdeur, staat te midden van 26 werklui Marius Gerritsen, de bedrijfsleider. Hij valt op omdat hij de enige is die een kostuum draagt. Zelfbewust blikt hij in de camera. Op een na hebben allen hun handen naast hun lichaam of op hun rug of over elkaar en twee jongens leggen hun hand op de schouder van hun buurjongen. Albert heeft heel opzichtig zijn handen in zijn broekzakken gestopt. Tegenwoordig wordt deze houding qua lichaamstaal als nonchalant of onverschillig geïnterpreteerd. Maar op deze foto werkt deze houding eerder doelbewust.

Het bord links naast de deur met het opschrift fabriek van gouden en ZILVERWERKEN VAN J.A.A. GERRITSEN | GRAVEUR MEDAILLEUR  - dat op elke foto te zien is - maakt duidelijk wie de opdrachtgever was.